Augustus 2016 - Contact

contact

Terug van vakantie maak ik me op voor een nieuwe ontmoeting. Vermoeidheid staat voorop, zo vertelt de verpleegkundige. Ze wil “rust, rust, rust.”

Die woorden heb ik in mijn oren geknoopt als ik voor haar deur sta. Zachtjes klop ik op de deur en duw deze open. De gordijnen zijn dicht, het schemer verwelkomt me. Ik gluur om de hoek en zie haar in bed liggen. Net op het moment dat ik concludeer dat ze slaapt, draait ze zich om.

Met haar goedkeuring zet ik een stoel naast haar bed en neem plaats. We gaan in gesprek. Over hoe het is om in Bardo te zijn? Over hoe het is om dood te gaan? Over de mensen om haar heen die haar zo dierbaar zijn; zo fijn dat ze er zijn, maar tegelijkertijd ook zo verdrietig hen los te moeten laten.

Haar huisarts had gezegd: “De dood hoort bij het leven en je moet het aanvaarden.” Zij kon niets met die woorden. Makkelijk praten voor iemand die niet aan bed gekluisterd is en zelf volop in het leven staat. Ze had gevoel gemist, daadwerkelijk contact.

Artsen zijn ook maar mensen, zo houd ik haar voor. De dood maakt onbeholpen in het onderlinge contact.

Ik vertel over een ervaring uit mijn studententijd. Ik ben op de begrafenis van de moeder van een medestudente. Ik sta vol ongemak en vertwijfeling in de rij voor het condoleren. Ik kan me niet meer herinneren of ik het rituele “gecondoleerd” over mijn lippen heb gekregen. Wel hoor ik me nog zeggen: “Ik weet niet wat ik moet zeggen.” Haar antwoord zal me altijd bij blijven: “Dat is het enige juiste wat je kunt zeggen.”

We constateren dat we ook nu niet weten welke woorden passen. En een ruimte dat dit geeft. We kijken elkaar glimlachend aan. Elk gesprek is een verrassing, elk eerste gesprek des temeer. We zijn beiden verrast. Dit had geen van beiden een minuut of tien geleden kunnen bevroeden.

Over de wereld die ze achter laat is ze somber. Ik denk dat ze doelt op het terrorisme, maar weer word ik verrast. Ze doelt op de aanwezigheid van de telefoon. Over hoe ieders aandacht nu gericht is op het beeldscherm. Dat veel contacten hebben niets zegt over het hebben van contact.

“Ik heb veel liever een goed gesprek dan een stapel pillen die me toe wordt geschoven. Een gesprek doet je goed.” Ook ons gesprek heeft haar goed gedaan. En haar niet alleen.

Tegelijkertijd zegt ze: “Maar zonder de pillen kan ik niet.” En dus verhindert het goede gesprek ons niet samen te besluiten dat we nog een pil toevoegen. Met één hand kun je niet klappen.

 

Christiaan Rhodius, arts palliatieve geneeskunde

 

facebook logolinkedin logotwitter logo