December 2016 - Verbijsterd dankbaar

 P1010458-bijgesneden

 

 

Ik hoop niet dat ik ondankbaar overkom

Vorige week sprak ik haar kort in het ziekenhuis vlak voordat ze naar huis ging. ‘Autonomie is belangrijk voor me. Ik wil zelfstandig blijven wonen. Ik hoop dat ik niet ondankbaar over kom, maar ik zie hulp thuis op dit moment niet zitten.’ Haar handdruk bij ons afscheid is ferm en wordt vergezeld door een warme glimlach.

Vertel eens…

Niet veel later zit ik weer naast haar. Het verblijf thuis was van korte duur. Ik noem haar inmiddels gewoon Iet, ‘want zo heet ik’, zij mij Christiaan. Het past ons wel als Amsterdammers.
‘Naar huis zal ik niet meer gaan,’ zegt ze terwijl ze wijst naar het bed waar ze op ligt. ‘Vertel me eens over Bardo, het hospice.’
Gemoedelijk praten we verder, ik vertel over Bardo als plek en ‘de wens rust en vertrouwen te bieden voor wat komen gaat.’ Ik zie haar gaandeweg het gesprek ontspannen, haar schouders zakken naar beneden.
‘Mag mijn lekkere stoel van thuis dan wel mee?’
‘Natuurlijk.’

Enkele dagen later tref ik haar in Bardo. Ze zit in haar stoel, haar Volkskrant op schoot. Nog steeds in sportieve kleren, maar ook ‘aangelijnd’ aan een slang met zuurstof.
‘Ik ben verbijsterd dankbaar hier te zijn, ik heb het hier goed. Deze tijd is enorm waardevol. Ik denk zelfs dat ik kan zeggen dat ik een completer mens word. Maar het is ook tegenstrijdig, want ik hoop hier niet te lang te verblijven. Ik verlang naar de dood.’

‘Misschien gaan het verlangen naar de dood, genieten van je (klein)kinderen en de zorg die je nu krijgt hand in hand. Laat het maar lekker gebeuren. Je bent een mooi mens,’ zeg ik geroerd door het inkijkje dat ze me wederom geeft in haar leven en gedachten.
‘Je geeft me een hoop vertrouwen dat ik het naderende overlijden over me heen kan laten komen.’
Met dit compliment op zak ga ik weer verder.

Daar doe ik het niet voor…

Een week later zit ik naast haar, ze ligt op bed. Hoewel vermoeid twinkelen haar ogen. ‘Wat ik nou heb gehoord… Ik dacht dat ze deze oude dame in de maling namen. Met een ambulance kan ik overal naartoe gebracht worden, zeggen ze. Ik weet waar ik naar toe wil. Ik wil naar het strand.’
‘Dat kan geregeld worden. Fluitje van een cent.’
‘Ik wil het op korte termijn plannen. Ik wil niet alleen naar het strand, maar ik wil ook met mijn voeten het zand en de golven voelen.’
‘En als dat niet meer lukt nemen ze gewoon een emmer mee en dragen ze de zee naar je toe.’ Haar karakteristieke glimlach wordt nog breder dan anders al het geval is.
‘Leuk geprobeerd, maar daar doe ik het niet voor.’ We lachen elkaar toe. ‘Wat wordt er toch goed voor mij gezorgd! Op geen enkele manier kan ik die dank voldoende onder woorden brengen.’
‘Mag ik een poging wagen?’
‘Ik ben benieuwd of het je lukt.’
‘Ik ook.’

Christiaan Rhodius, arts palliatieve geneeskunde