December 2018 - Idylle

‘In eenzaamheid kan ik niet sterven,’ zegt Olga als ik haar wederom welkom heet in hospice Bardo. ‘Had altijd gedacht dat ik zou sterven in een huis bij een meer, met zo’n steiger in het water en een ondergaande zon’. Ze glimlacht plichtmatig. ‘Idylle die er niet meer van gaat komen, heb jullie hulp in deze fase hard nodig. Bedenk het plaatje aan het meer er wel bij.’
‘Ik kan zo wel iets uitprinten om je daarbij te helpen.’ Half serieus bedoeld, maar ik merk dat ze het serieus oppakt. ‘Zal het zo regelen.’

 

Vorig jaar verbleef ze ook al in Bardo. Tegen de verwachting in kwam de dood niet. En dood die uitblijft, is een verhaal apart. Een verhaal dat ons veel onderling gesprek bracht. Mijn gedachten dwalen af naar onze eerste kennismaking nu ruim één jaar geleden.

‘Welkom,’ zeg ik terwijl ik in haar fonkelende felblauwe ogen kijk. ‘Klinkt altijd wat gek om iemand welkom te heten in een hospice.’  
‘Valt mee hoor. Ik geloof dat het leven me iedere dag leert. Ook de dagen in aanloop naar mijn overlijden. Ik sta er voor open.’

Nog een herinnering schiet me te binnen.
De wierook komt me tegemoet als ik haar kamer binnenloop. ‘Stoor ik?’
Ze zit aan tafel en legt haar pen neer. ‘Nee hoor. Ik schrijf mijn dagelijkse brieven. Over wat ik meemaak en wat dat met me doet. Kom erbij zitten.’ Ze wijst naar de bruine bank waar ze een fel geel kleed overheen heeft gelegd.
Ik ga zitten op de bank. ‘Bijzonder dat je zo bewust terugkijkt op de dag,’ zegt ik als trouw ‘dagboek’-schrijver. ‘Lees je eerdere brieven wel eens na?’
‘Nee, aan het eind van de dag verscheur ik ze. Steeds weer stilstaan bij het leven, maar het ook weer loslaten. En dus weer open staan voor wat de nieuwe dag gaat brengen.’  
‘Je kwam hier omdat je thuis alleen was en bloed ophoestte. Hoe is dat nu?’
‘Voelde me alleen thuis niet meer veilig. En nu ben ik hier. Hoe het kan, weet ik niet, maar ik heb geen bloed meer opgehoest. Voel me hier ontzettend veilig en geborgen.’ Ze kijkt me aan met glunderende vertwijfeling. ‘Het leven heeft me blijkbaar nog meer te leren.’

Na een jaar is ze nu weer terug in Bardo. Ook nu tref ik felle kleuren in de kamer. ‘Goed dat je bent gekomen. Wat een verschil met toen we afscheid namen.’  
‘Ik ben op, kan gewoon niet meer.’ Ze haalt haar schouders berustend op en zegt wat ik denk.  ‘Het leven loopt dit keer echt richting het einde hoor.’
Net als bij onze eerste kennismaking kijk ik in haar felblauwe ogen. Anders dan toen zijn ze nu betraand. Stilte vult de kamer. Ik doorbreek die, na wat niet meer dan één minuut zal zijn geweest, maar zoveel langer leek. ‘Soms hoeven we niet veel te zeggen, he?’

‘We zeggen zo vaak te veel.’

 

Christiaan Rhodius, arts palliatieve geneeskunde, december 2018