Mei 2017- Oorverdovende stilte

woman-927935_960_720

‘Een paar dagen na mijn opname in het ziekenhuis stond ik alweer langs de lijn. Tobias moest voetballen. Stond ik daar in mijn uppie.’ Saskia heft haar armen en gooit het eruit. ‘Ik wist dat de andere ouders hadden gehoord van mijn opname in het ziekenhuis, maar er iets over zeggen ho maar. Een operatie aan je amandelen levert meer medeleven op.’
‘Een kwestie van gebrek aan durf. Puur onvermogen’, concludeert Angela alsof ze een knoop doorhakt, zoals ze dat voor haar ziekte ook deed in het bedrijf waar ze werkte.

 

Het is ons tweede gezamenlijke gesprek in ‘t Trefpunt van Bardo. We zijn leeftijdsgenoten, staan midden in het leven, maar zij hebben een ongeneeslijke ziekte en ik niet.
‘Of mensen die zeggen: “wat zie je er goed uit”’, verzucht Saskia. ‘Stel dat ik me klote voel, dan durf ik niets meer te zeggen. Dan voel ik me een aansteller. Ik weet wel dat het goed bedoeld is, maar …’
Angela knikt. ‘Net zoals mensen die over iemand anders beginnen die ziek is. Dat doet er op dat moment toch niet toe. Het gaat nu over mij!’
‘Of een oom die zegt: “Ons kan ook zomaar iets overkomen”. Jullie zijn zeventig!’ denk ik dan,’ zegt Saskia verontwaardigd. ‘Daar doe ik een moord voor.’

‘Meeleven is zo makkelijk nog niet hè?’, zeg ik. Ze knikken allebei. ‘Ik herinner me nog de kaarten die ik na mijn hersenoperatie kreeg. Sommige woorden troffen me, anderen kwamen niet voorbij de routinematige kreet “Beterschap”. Hoe onbeholpen de kaart ook, ik probeerde het maar te zien als een teken van medeleven.’
‘Nou, met kerst kreeg ik anders nog een kaartje met “een gezond 2017” erop’, zegt Saskia.

‘Tja, over een mond vol tanden gesproken’, zeg ik zoekend naar antwoord. ‘Wat is er volgens jullie nodig voor echt contact?’
‘Een beetje inleven zou al zo’n verschil maken. Maar we zijn zo druk, het is ieder voor zich. Aandacht voor de ander schiet er vaak bij in’, zegt Angela. ‘En dus blijft het hooguit bij onbeholpen pogingen.’

‘Een oncoloog ziet je steeds maar tien minuten. Alsof ik in die tijd kan zeggen hoe ik me voel. Dat lukt toch niet’, valt Saskia bij. ‘Dat lijkt me voor de artsen ook erg frustrerend. Als mondhygiëniste vond ik een praatje maken minstens zo belangrijk als de behandeling zelf.’
‘Weet trouwens ook niet of ik voor mijn ziekte had geweten wat te zeggen,’ voegt Angela toe. ‘Nu weet ik dat je gewoon op iemand af moet stappen. Hoe langer je wacht, hoe hoger de drempel wordt.’
We zijn het hartgrondig met elkaar eens: ‘Alles is beter dan oorverdovende stilte!’

Christiaan Rhodius, arts palliatieve geneeskunde