September 2021 - De hand

De hand 4 (1)De hand

Je hand reikt kordaat naar voren en grijpt de schuif vast. Precies zoals we besproken hebben. ‘Als het even kan doe ik het zelf. Eindelijk weer iets actief kunnen doen.’ Ik zit naast je, heb het infuus doorgespoten en de zak met vloeistof aangesloten. Gewoon een klein zakje doorzichtige vloeistof. Niet te onderscheiden van gewone zoutoplossing. Maar we weten wel beter. Dit is het begin van het einde. Het einde waar je naar uitziet en voor kiest. Niet omdat er niets meer te genieten is of de zorg slecht is. Je vindt het een geschenk om in Bardo te zijn. Jaren terug heb je al vast laten leggen dat als de dood nadert je deze wilt begroeten in Bardo. Die tijd is nu aangebroken.

Een paar weken geleden haperde opeens jouw linker lichaamshelft. In het ziekenhuis vonden ze een uitzaaiing in jouw hoofd en legden de puzzel. De dood was onvermijdelijk. Je kwam direct naar Bardo. Meer dan zitten in de stoel kon je niet. Het viel je zwaar bij alles hulp nodig te hebben. Je genoot van bezoek en het onderlinge gesprek. Ook wij spraken veelvuldig en uitgebreid. ‘Moet je die prunus zien.’ Je keek naar buiten, ik volgde je blik. ‘Wat een bloesem. Ronduit schitterend.’ Bloesem die jouw deed denken aan het mooie leven dat achter je lag. Van jongs af aan had je zelfstandig moeten zijn en was je dat ook met verve geweest. Je blikte terug en constateerde dat je binnen je vermogen een ieder recht had gedaan.
We spraken over jouw ervaringen met de dood. Het lijden dat je had gezien. De pijn. Jouw moeder had je gevraagd een kussen op haar hoofd te drukken. Je had het natuurlijk niet gedaan, maar gunde haar wel wat ze niet kreeg, een pijnloos einde.
‘Wat als ik net als mijn moeder niet meer kan? Als ik weg wil? Of erger nog als ik weg wil, maar het niet meer zeggen kan?’
Een storm raasde over het land en woei de bloesem weg. ‘Al het moois weggeblazen. Net als bij mij. Ik weet dat het dubbel is, maar ik wil niet meer. Wil je dat laatste stukje met me meegaan?’

Alles is gezegd, de laatste blikken zijn uitgewisseld. Je worstelt met het schuifje en kijkt me aan. Ik buig me naar je toe en zoals afgesproken pakt mijn hand de jouwe. Ik leg je duim goed op de schuif. ‘Nu van je af duwen.’ Ik voel jouw levenskracht die de schuif wegduwt en de deur voor de dood opent. Langzaam laat je hand de schuif los en zakt op het matras. Niet veel later volgt een gaap, het is jouw laatste zucht. De bloesem is definitief uit de boom gewaaid. Bij wijze van laatste groet pak ik je hand, slap en levenloos, maar nog altijd warm.

Christiaan Rhodius, arts palliatieve geneeskunde, september 2021